ECLI:NL:CRVB:2015:2334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich in 2009 ziek vanwege knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat zij 34,7% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name omdat geen informatie was ingewonnen bij de behandelend orthopedisch chirurg, en dat de functie parkeerwachter ongeschikt was vanwege de opleidingseis voor EHBO-herhalingslessen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts geen reden had om aanvullende informatie in te winnen. Wel stelde de Raad vast dat de functie parkeerwachter niet passend was, omdat appellante niet aan de opleidingseis kon voldoen en de praktijk van reanimatiesituaties langer en zwaarder is dan in het besluit werd aangenomen. Hierdoor voldeed het UWV niet aan de eis van het Schattingsbesluit om ten minste drie passende functies te benoemen.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het UWV ten onrechte een eenmalige uitkering niet als onderdeel van het maatmaninkomen had beschouwd, terwijl deze structureel was. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij ook het maatmaninkomen correct moet worden vastgesteld. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd; het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.