ECLI:NL:CRVB:2015:2340
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling met vervolgde en periodieke uitkering op grond van de Wuv
Appellant, geboren in 1940 in Nederlands-Indië, verzocht in april 2012 om gelijkstelling met de vervolgde en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees dit verzoek af omdat appellant geen vervolging had ondergaan en er geen ziekten of gebreken waren die redelijkerwijs verband hielden met het meemaken van het wegvoeren van zijn moeder.
In beroep stelde appellant dat meerdere gebeurtenissen, waaronder het meemaken van mishandeling van zijn moeder en het onder bewaking geven van borstvoeding, meegewogen moesten worden. De Raad oordeelde dat deze gebeurtenissen te ver afstaan van het begrip vervolging zoals bedoeld in de Wuv en dat het besluit van verweerder terecht was gebaseerd op het ontbreken van een verband tussen de ziekten van appellant en het meemaken van het wegvoeren van zijn moeder.
De Raad volgde het advies van de geneeskundig adviseur die PTSS-kenmerken constateerde, maar geen verband zag met het wegvoeren van de moeder. Ook verwees de Raad naar eerdere jurisprudentie die het standpunt van appellant over tweede generatieproblematiek niet onderschreef. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering van gelijkstelling met de vervolgde en toekenning van een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.