ECLI:NL:CRVB:2015:2349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks tijdige melding inwoning familielid
Appellant ontving bijstand met een toeslag voor alleenstaanden. Hij meldde zelf dat een familielid bij hem was komen inwonen, waarop het college de toeslag verlaagde en een terugvordering instelde over de periode dat de toeslag ten onrechte was betaald.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, omdat het college het beroep op de zesmaandenjurisprudentie ten onrechte had gehonoreerd. Het college ging niet tijdig over tot terugvordering na de melding van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat het college had moeten afzien van terugvordering omdat hij uit eigen beweging de wijziging had gemeld. De Raad oordeelde dat het college conform vaste rechtspraak de terugvordering binnen zes maanden had beperkt en dat geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van deze jurisprudentie.
De enkele omstandigheid dat het college de wijziging niet direct verwerkte, was onvoldoende om terugvordering te voorkomen. Het college had appellant tegemoetgekomen door af te zien van brutering van het terugvorderingsbedrag.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.