ECLI:NL:CRVB:2015:2353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding en een daaropvolgend onderzoek door de gemeente Capelle aan den IJssel, waarbij onder meer een huisbezoek plaatsvond, concludeerde het college dat appellante en A een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand met terugvordering van kosten over de periode 1 april 2011 tot 30 september 2012.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat zij niet gehouden kon worden aan haar afgelegde verklaringen. De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was vanwege voldoende redelijke grond en dat sprake was van informed consent. De verklaringen van appellante en een buurman ondersteunden de conclusie dat A zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de bestreden uitspraak. Tevens werd geoordeeld dat de opgelegde maatregel geen dubbele bestraffing vormde omdat terugvordering reparatoir is en niet sanctionerend. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.