ECLI:NL:CRVB:2015:2366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterecht ontslag wegens onwerkbare situatie en plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was sinds 2003 werkzaam bij de gemeente Renswoude en werkte nauw samen met collega G. Vanaf 2010 ontstonden problemen door contacten van appellant met de echtgenote van G, wat de samenwerking en werksfeer verstoorde. Het college stelde appellant op 23 januari 2013 per 1 februari 2013 strafontslag in het vooruitzicht wegens plichtsverzuim en een onwerkbare situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslag gegrond, vernietigde het besluit en herroept het ontslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de subsidiaire ontslaggrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat appellant met het college afspraken had gemaakt over het beëindigen van de contacten met de echtgenote van G en dat het college onvoldoende heeft geprobeerd een oplossing te vinden voor de onwerkbare situatie.
De Raad stelt vast dat het college te vroeg het ontslag als enige oplossing zag en onvoldoende heeft gezocht naar alternatieven zoals overplaatsing of detachering. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het ontslag vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.