ECLI:NL:CRVB:2015:2373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellanten deden verzet tegen deze beslissing.
De Raad overwoog dat het hogerberoepschrift op 3 september 2014 ter post was bezorgd en op 4 september 2014 was ontvangen, terwijl de termijn was verstreken. Hoewel appellanten stelden het aangetekende stuk niet te hebben ontvangen en de handtekening op de ontvangstbevestiging niet van hen was, oordeelde de Raad dat dit onvoldoende was om aan te nemen dat het stuk niet was ontvangen. Een machtiging is niet vereist voor ontvangst door iemand anders op het adres.
Appellanten hadden bovendien op 25 juli 2014 telefonisch contact opgenomen met de rechtbank en ontvingen toen een niet-aangetekend afschrift van de uitspraak, waarin werd gewezen op de termijn voor hoger beroep. Er was geen reden om aan te nemen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht aan appellanten wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.