ECLI:NL:CRVB:2015:239
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
CIZ moet permanente toezichtindicatie voor kortdurend verblijf herzien bij betrokkene met complexe zorgbehoefte
Betrokkene, geboren in 2000, heeft meerdere ernstige lichamelijke handicaps waaronder spina bifida en hydrocephalus, en beschikt over een indicatie voor zorg op grond van de AWBZ. Het CIZ heeft meerdere keren geweigerd de zorgfunctie kortdurend verblijf toe te kennen omdat betrokkene volgens hen niet is aangewezen op permanent toezicht, waarbij zij een strikte uitleg hanteerden die videobewaking of monitorbewaking vereiste.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat betrokkene wel permanent toezicht nodig heeft vanwege de noodzaak van actieve observatie van fysieke functies, ook ’s nachts, om escalaties van gezondheidsrisico’s te voorkomen. Het CIZ ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de reeds geïndiceerde zorgfuncties voldoende zijn en dat permanent toezicht medisch niet noodzakelijk is.
De Raad stelt vast dat het CIZ een te beperkte uitleg geeft aan het begrip permanent toezicht en dat de aandoeningen van betrokkene en het risico op neurologische en urologische disregulatie actieve observatie vereisen, ook buiten de reguliere zorgmomenten. De Raad draagt het CIZ op de gebreken in de besluiten te herstellen en nader onderzoek te verrichten naar de noodzaak van ontlasting van de mantelzorger.
De Raad wijst het hoger beroep van het CIZ af en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar binnen zes weken. Hiermee wordt bevestigd dat betrokkene recht heeft op een indicatie voor kortdurend verblijf met permanent toezicht, gezien haar complexe zorgbehoefte.
Uitkomst: Betrokkene is aangewezen op permanent toezicht en heeft recht op een indicatie voor kortdurend verblijf; het CIZ moet de besluiten herzien.