Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bril, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit af op grond van artikel 15, eerste lid, WWB. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kosten van een bril onder medische zorg vallen, maar bewust niet worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). De aanvullende verzekering van appellant vergoedde slechts deels, maar dit gaf geen grond voor het college om bijstand te verlenen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college de hoorplicht had geschonden, maar de Raad stelde vast dat appellant een brief met antwoordstrookje ontving en deze niet heeft teruggestuurd, waardoor het college redelijkerwijs kon afzien van een hoorzitting. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat het college terecht de bijzondere bijstand heeft geweigerd.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een bril.