ECLI:NL:CRVB:2015:2460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellante viel sinds oktober 2008 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en weigerde de uitkering, maar verklaarde later bezwaar gegrond en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende achtte. In hoger beroep stelde appellante dat de gevolgen van de ziekte van Lyme voor haar belastbaarheid waren onderschat, verwijzend naar diverse medische rapporten en een psychologisch rapport.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor actieve neuroborreliose en dat de klachten niet als gevolg van Lyme-objectief konden worden vastgesteld. Ook de hartklachten waren niet zwaarder dan door het UWV aangenomen. De arbeidsdeskundige had adequaat toegelicht dat de geselecteerde functies passend waren binnen de belastbaarheid.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep van appellante af.