ECLI:NL:CRVB:2015:248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering met arbeidsongeschiktheidspercentage van 65,83%
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 2005 vanwege rechterpolsklachten, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die later werd omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Na een herbeoordeling stelde het UWV het percentage vast op 56,23%, later bij bezwaar verhoogd naar 65,83% op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten.
Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen zwaarder waren dan door het UWV erkend, onderbouwd met rapporten van een medisch adviseur. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter het oordeel dat de beperkingen niet verder reikten dan vastgesteld, mede gelet op de informatie van de behandelend reumatoloog.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de geselecteerde functies medisch passend waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad vond geen reden om een deskundige te benoemen en oordeelde dat de motivering van het UWV voldoende was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van griffierecht en kosten van ingezonden rapporten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65,83% wordt bevestigd.