ECLI:NL:CRVB:2015:2500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en werkzaamheden als marktkoopman
Betrokkenen ontvingen sinds december 2009 bijstand op grond van de WWB. Na een verzoek van de gemeente Amsterdam en een onderzoek door sociaal rechercheurs, ontstond het vermoeden dat betrokkenen niet gemelde werkzaamheden als marktkoopman verrichtten. Appellant trok daarom de bijstand in en vorderde terugbetaling van € 72.143,89.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking onontvankelijk wegens het ontbreken van gronden in het bezwaar, maar de Centrale Raad vernietigde deze uitspraak omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de brief met het verzoek tot aanvulling van het bezwaar was verzonden. Appellant nam daarop een nieuw besluit waarbij de intrekking en terugvordering werden gehandhaafd.
De Raad oordeelde dat het niet melden van de standplaatsvergunning en de marktactiviteiten een schending van de inlichtingenplicht vormde. Betrokkenen slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op bijstand indien zij wel aan hun plicht hadden voldaan. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.