ECLI:NL:CRVB:2015:2514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van correcte vaststelling WIA-uitkering en wettelijke rente
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg waarin haar beroep tegen de vaststelling van haar WIA-uitkering en de daarbij behorende wettelijke rente ongegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken en overwegingen, waaronder een gelijktijdige uitspraak in een andere zaak, en oordeelt dat het standpunt van appellante dat haar WIA-uitkering te laag is vastgesteld niet gevolgd kan worden. Tevens wordt bevestigd dat de berekening van de wettelijke rente over de nabetaling correct is uitgevoerd door het UWV.
De Raad stelt vast dat het UWV terecht de wettelijke rente over de te laat betaalde WIA-uitkering voor maart en april 2013 heeft vastgesteld op € 10,59. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.