ECLI:NL:CRVB:2015:2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling WW- en ZW-dagloon door UWV
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar dagloon door het UWV in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW). Zij stelde dat het dagloon te laag was vastgesteld en dat zij recht had op het maximum dagloon. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat het UWV de berekening van het dagloon juist had gebaseerd op de polisadministratie en het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA).
In hoger beroep heeft appellante haar standpunten herhaald, maar zonder nieuwe feiten of omstandigheden aan te voeren. De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad overwoog dat het UWV terecht is uitgegaan van de opgave in de polisadministratie en dat alle inkomsten van appellante in de berekening zijn betrokken. Ook de berekening van het ZW-dagloon, afgeleid van het geïndexeerde WW-dagloon, is in het voordeel van appellante.
De Raad concludeert dat het beroep van appellante terecht ongegrond is verklaard en bevestigt de bestreden uitspraak. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 juli 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.