ECLI:NL:CRVB:2015:2522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW-uitkering wegens doorbetaling loon tijdens ziekte
Appellant, werkzaam als onderhoudsmedewerker, viel op 7 september 2012 uit wegens rugklachten en werd op 10 december 2012 op staande voet ontslagen. Het Uwv weigerde aanvankelijk een ZW-uitkering, omdat de werkgever verplicht was het loon door te betalen. De kantonrechter verklaarde het ontslag op staande voet nietig en bepaalde dat de arbeidsovereenkomst pas op 1 april 2013 eindigde.
De rechtbank oordeelde dat appellant tot 31 maart 2013 niet als vangnetter kon worden aangemerkt en daarom pas vanaf 1 april 2013 recht heeft op een ZW-uitkering. Het Uwv hoefde daarom vanaf 10 december 2012 geen voorschot op de ZW-uitkering te verstrekken. Appellant stelde in hoger beroep dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat de vangnetregeling ook per 10 december 2012 van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat het recht op loon doorbetaling op grond van artikel 7:629 BW Pro bestond tot 1 april 2013 en dat appellant daarom geen recht had op ZW-uitkering in die periode. Ook oordeelde de Raad dat het niet verstrekken van een voorschot niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een ZW-uitkering tot 1 april 2013 bevestigd.