ECLI:NL:CRVB:2014:4388
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- B.M. van Dun
- C.C.W. Lange
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsrechtelijke dringende reden en WW-uitkeringsweigering na strafontslag politieambtenaar
Appellant was politieambtenaar en kreeg per 1 januari 2011 strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder ontuchtige handelingen en seksistisch gedrag. Het UWV weigerde op grond van verwijtbare werkloosheid een WW-uitkering en een voorschot, omdat het ontslag volgens hen een arbeidsrechtelijke dringende reden vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de korpschef voldoende voortvarend had gehandeld en dat er een subjectieve dringende reden was. In hoger beroep betoogde appellant dat de korpsbeheerder niet voortvarend was, gezien de ruim 3,5 maand tussen het feitenonderzoek en het ontslagbesluit en het feit dat het ontslag niet met onmiddellijke ingang werd opgelegd.
De Raad concludeert dat de korpsbeheerder niet onverwijld heeft gehandeld na het feitenonderzoek van 8 september 2010 en dat het ontslag bewust pas per 1 januari 2011 inging, ondanks de mogelijkheid tot onmiddellijke uitvoering. Hierdoor ontbreekt een subjectieve dringende reden, en is er geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Het UWV heeft daarom ten onrechte de WW-uitkering geweigerd.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze overwegingen.
Uitkomst: Het UWV heeft ten onrechte de WW-uitkering en het voorschot geweigerd wegens het ontbreken van een subjectieve dringende reden bij het strafontslag.