ECLI:NL:CRVB:2015:2535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toekenning huishoudelijke hulp op grond van medisch advies
Appellante, met een onderbeenamputatie en ernstige slijtage van handgewrichten, had eerder hulp bij het huishouden toegekend gekregen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had haar bij besluit van 22 juli 2013 hulp toegekend voor 4,5 uur per week, later verminderd naar 3,5 uur. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep heeft appellante een medisch rapport overgelegd waarin zij stelt dat zij zes uur hulp per week nodig heeft. Het college vroeg daarop een medisch advies aan de MO-zaak, dat leidde tot een nieuw besluit van 11 februari 2015 met een toekenning van 4 uur per week hulp. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond, maar het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Raad oordeelt dat het college het medisch advies van 10 februari 2015 terecht als grondslag heeft genomen. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit advies onzorgvuldig of onjuist is. Haar argumenten over het gebruik van een elektrische rolstoel zijn voor de beoordeling van de huishoudelijke hulp niet relevant. De Raad vergoedt het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.