ECLI:NL:CRVB:2015:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.S. van der Kolk
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 14 juli 2012 geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen nieuwe medische informatie was die het oordeel kon wijzigen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij door pijnklachten zeer beperkt belastbaar is en geen gangbare arbeid kan verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek volledig en zorgvuldig was en dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren om een juist oordeel te vellen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Er waren geen nieuwe gronden om te veronderstellen dat appellant niet in staat zou zijn deze functies te vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.