ECLI:NL:CRVB:2015:2605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.S. van der Kolk
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks PTSS
Appellant is sinds november 2009 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt voor zijn functie als sociaal rechercheur. Het UWV stelde bij besluit van oktober 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat appellant ongeschikt is voor zijn maatgevende arbeid, maar geschikt voor gangbare arbeid binnen zijn beperkingen zoals vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de FML onvoldoende rekening hield met zijn klachten en overhandigde een rapport van een bedrijfsarts waarin meer beperkingen werden gesteld. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en diepgaand was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende objectief-medische gegevens had overgelegd om het oordeel te weerleggen.
De Raad wees het bedrijfsartsrapport af omdat dit niet betrekking had op de datum in geding en onvoldoende onderbouwing bood voor een ernstiger psychische problematiek dan reeds vastgesteld. De diagnose depressieve stoornis werd niet bevestigd door andere deskundigen. De Raad concludeerde dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen medisch geschikt zijn voor appellant en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.