Uitspraak
13/2288 WIA
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de uitspraak van de Raad van 20 oktober 2014, stellende dat zijn recht op een eerlijk proces was geschonden doordat hij niet tijdig op de hoogte werd gesteld van de zittingsdatum van 8 september 2014.
De kennisgeving van de zitting was aanvankelijk aangetekend verzonden maar werd niet afgehaald, waarna de Raad de kennisgeving per gewone post verzond. Appellant ontving deze brief pas op 4 september 2014 via zijn buurman en verzocht direct om een nieuwe zittingsdatum vanwege vakantie. De Raad ging niet op dit verzoek in en behandelde het hoger beroep op 8 september 2014 zonder aanwezigheid van appellant.
De Raad oordeelt dat appellant hierdoor niet in staat was zijn standpunt toe te lichten en dat daardoor een fundamenteel procedurevoorschrift is geschonden. De uitspraak van 20 oktober 2014 wordt daarom vervallen verklaard en de zaak zal door een andere kamer opnieuw worden behandeld. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De uitspraak van 20 oktober 2014 wordt vervallen verklaard wegens schending van het recht op een eerlijk proces.