ECLI:NL:CRVB:2015:261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid eigendom onroerend goed in Turkije
Betrokkenen ontvingen vanaf 2005 bijstand op grond van de WWB. Het college trok deze bijstand in 2011 in vanwege het verzwegen bezit van onroerend goed in Turkije. Na een nieuwe aanvraag in november 2011 weigerde het college de aanvraag omdat betrokkene niet tijdig de gevraagde gegevens verstrekte.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat onduidelijk bleef welke woning(en) betrokkene bezat en of deze om niet waren overgedragen aan zijn zoon. De Raad toetste het hoger beroep en concludeerde dat betrokkene onvoldoende verifieerbare gegevens had geleverd over de overdracht en dat de onduidelijkheid over het bezit bleef bestaan.
De Raad oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Ook het beroep van het college op proceskostenveroordeling werd verworpen. De Raad bepaalde dat het griffierecht aan het college wordt opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het onroerend goed om niet heeft overgedragen.