ECLI:NL:CRVB:2015:2619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- S. Hindriks-Roose
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende vaststelling omvang werkzaamheden
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verklaarde naaister te zijn met de intentie een naaiatelier op te zetten. Bij een onaangekondigd huisbezoek trof de Sociale Dienst professionele naaimachines en materialen aan. Appellante gaf aan dat zij naaien als hobby beoefende en incidenteel werkzaamheden verrichtte, maar kon geen volledige administratie overleggen.
Het bestuur wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie om het recht op bijstand vast te stellen. In bezwaar en beroep stelde appellante dat haar inkomsten onvoldoende waren om in het levensonderhoud te voorzien en dat zij niet als zelfstandige werkte, waardoor een administratie ontbrak.
De Raad overwoog dat het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden relevant is voor het recht op bijstand, ongeacht de intentie of daadwerkelijke inkomsten. Gezien de professionele apparatuur en de omvangrijke werkzaamheden was sprake van op geld waardeerbare activiteiten. Het ontbreken van een deugdelijke administratie maakte het echter onmogelijk de omvang van de werkzaamheden en inkomsten vast te stellen.
Daarom kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De persoonlijke situatie van appellante deed hieraan niet af. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat de omvang van de werkzaamheden onvoldoende kan worden vastgesteld.