ECLI:NL:CRVB:2015:2630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Anw-uitkering met terugwerkende kracht van vijf jaar
Appellante ontving een Anw-uitkering die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd verminderd vanwege een pensioenuitkering van het PME. Na onderzoek bleek dat het soort uitkering onjuist was geregistreerd, waardoor de Anw-uitkering onterecht werd verlaagd.
De Svb herzag de uitkering met terugwerkende kracht over vijf jaar en keerde een nabetaling uit. Appellante stelde dat de herziening over een langere periode had moeten plaatsvinden, vanaf de oorspronkelijke toekenning van de Anw-uitkering, en dat het beleid van de Svb in haar geval niet van toepassing was.
De Raad oordeelde dat de Svb haar discretionaire bevoegdheid terughoudend heeft toegepast en dat het beleid om terugwerkende kracht te beperken tot vijf jaar, aansluitend bij de verjaringstermijn van artikel 3:308 BW Pro, rechtmatig is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden.
Daarom werd het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de Anw-uitkering met vijf jaar terugwerkende kracht rechtmatig is.