ECLI:NL:CRVB:2015:2637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2007 arbeidsongeschikt door psychische klachten en een ernstig geweldsdelict. Vanaf 2009 ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering, die in 2011 werd omgezet in een loonaanvullingsuitkering. Na een melding van wijziging in 2012 heeft het UWV haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en bij besluit van februari 2013 de uitkering beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten waarin de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) was aangepast en de resterende belastbaarheid was vastgesteld. De rechtbank Overijssel bevestigde dit oordeel in januari 2014.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat een nader medisch onderzoek noodzakelijk was. De Raad oordeelde echter dat de overgelegde medische stukken geen aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen en dat de beoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig en gemotiveerd was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te raadplegen en wees het verzoek van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.