ECLI:NL:CRVB:2015:2687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de Wet werk en bijstand (WWB) en stonden ingeschreven op verschillende adressen in Amsterdam. Uit onderzoek van de gemeente bleek dat zij sinds 1 juli 2010 een gezamenlijke huishouding voeren op het uitkeringsadres, waarvan zij geen melding hadden gemaakt. Dit leidde tot herziening van hun bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden.
Appellanten betwistten in hoger beroep dat zij vóór 1 september 2012 een gezamenlijke huishouding voerden en voerden aan dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd. De Raad oordeelde dat de verklaringen, ondersteund door feiten zoals het gezamenlijk hoofdverblijf en het bewust verbergen van samenwoning, voldoende feitelijke grondslag boden. Er was geen bewijs van onaanvaardbare druk bij het afleggen van verklaringen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en oordeelde dat appellanten sinds 1 juli 2010 hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. De herziening van de bijstand was daarmee terecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten sinds 1 juli 2010 een gezamenlijke huishouding voeren en hun bijstand terecht is herzien naar de gehuwdennorm.