ECLI:NL:CRVB:2015:269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en terugvordering levensloopuitkering en -bijdrage in FLO-overgangsrecht
Betrokkenen, werkzaam bij de brandweer van de gemeente Den Haag, ontvingen levensloopuitkeringen op grond van het FLO-overgangsrecht, bedoeld als inkomen tijdens onbezoldigd verlof voorafgaand aan pensioen. Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, stelde vast dat de levensloopuitkeringen hoger waren dan de wettelijke 70% van de bezoldiging, omdat te veel levensloopbijdrage was overgemaakt aan de verzekeraar Loyalis.
Appellant paste de uitkeringen aan en vorderde het te veel betaalde bedrag terug van betrokkenen. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat appellant niet bevoegd was de uitkeringen lager vast te stellen dan het bedrag dat Loyalis uitkeerde. De Raad bevestigt dit oordeel, maar stelt dat appellant wel bevoegd is de te veel betaalde levensloopbijdrage terug te vorderen, omdat deze onverschuldigd is betaald.
De Raad constateert dat appellant niet heeft onderzocht welk bedrag aan levensloopbijdrage daadwerkelijk betaald had moeten worden om het tegoed van 210% van de bezoldiging te bereiken. Betrokkenen wisten of hadden kunnen weten dat zij te veel ontvingen, mede gelet op communicatie met een gemeentemedewerker. De Raad draagt appellant op het gebrek in de besluiten te herstellen en nieuwe beslissingen te nemen, waarbij de terugvordering gebaseerd moet zijn op het verschil tussen verschuldigde en betaalde levensloopbijdrage.
Uitkomst: Appellant is niet bevoegd de levensloopuitkering lager vast te stellen dan ontvangen, maar wel bevoegd de te veel betaalde levensloopbijdrage terug te vorderen; appellant moet het gebrek in de besluiten herstellen.