ECLI:NL:CRVB:2015:2692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuw feiten en niet vervulde wachttijd
Appellante verzocht aanvankelijk in 2008 om een Wajong-uitkering, welke werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor jonggehandicapte. Een verzekeringsarts concludeerde dat er geen sprake was van een ontwikkelingsstoornis voor haar 17e jaar. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel in 2009.
In 2012 diende appellante een herhaalde aanvraag in, ondersteund met medische rapporten, waaronder dat van psychiater Van de Putte. Het UWV wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van 2009 onherroepelijk was en dat de medische stukken geen nieuw licht wierpen op de situatie rond haar 17e en 18e jaar. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de aanvraag niet als herzieningsverzoek voor de toekomst kon worden beoordeeld omdat appellante de wachttijd niet had vervuld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de afwijzing van de herhaalde aanvraag en wees de proceskosten toe aan appellante. De uitspraak werd gedaan op 31 juli 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten en het niet vervullen van de wachttijd.