ECLI:NL:CRVB:2015:2695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als servicemedewerkster/caissière, viel uit wegens whiplashklachten en andere beperkingen. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functionele beperkingen objectief waren vastgesteld, waarbij de klachten wel erkend werden maar niet leidden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, dat zij linkshandig is terwijl de FML dit niet correct vermeldde, en dat haar beperkingen onvoldoende werden meegewogen. Ook stelde zij dat zij onvoldoende re-integratiebegeleiding kreeg. De Raad concludeerde dat de eerdere beoordeling juist was, dat de FML op het punt van handdominantie was aangepast en dat de functies die zij kon verrichten binnen haar mogelijkheden lagen.
De Raad liet de re-integratiebegeleiding buiten beschouwing omdat dit niet ter beoordeling stond en bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% was vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.