Uitspraak
mr. M.W.L. Clemens.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewetuitkering die per 11 maart 2013 werd beëindigd na een medisch onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV. Deze artsen concludeerden dat zij in staat was haar maatgevende arbeid te verrichten en ten minste één van de geselecteerde functies binnen de Wet WIA kon vervullen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat haar beperkingen waren toegenomen, maar kon dit niet onderbouwen met objectieve medische gegevens die het oordeel van de verzekeringsartsen konden weerleggen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, rekening houdend met informatie van huisartsen en specialisten. Latere medische gegevens die tot een nieuwe Ziektewetuitkering leidden, waren niet relevant voor de situatie op 11 maart 2013. De Raad concludeerde dat appellante terecht hersteld was verklaard en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moest worden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht per 11 maart 2013 hersteld is verklaard en geen Ziektewetuitkering meer ontvangt.