Uitspraak
12 6634 WIA
PROCESVERLOOP
mr. W.G.M. Vos, advocaat, namens appellante zijn zienswijze heeft gegeven bij brief van
14 november 2014.
mr. M.W.L. Clemens.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 17 januari 2011. De rechtbank Breda had hierover eerder geoordeeld. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het geschil voortgezet.
Tijdens de procedure heeft het UWV op 1 mei 2015 een nieuw besluit genomen waarin het eerdere besluit van 29 september 2011 werd ingetrokken. Tevens werd het bezwaar van appellante gegrond verklaard en werd zij met ingang van 17 januari 2011 als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt erkend, waarna zij in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering. Ook werden de gemaakte proceskosten aan appellante vergoed.
Omdat het UWV met dit nieuwe besluit volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen, heeft zij geen belang meer bij het hoger beroep. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bestreden besluit heeft ingetrokken en appellante recht heeft gekregen op een IVA-uitkering.