ECLI:NL:CRVB:2015:2780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering na ontslag op staande voet wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was Plant Manager en meldde zich ziek met hartklachten op 15 december 2008. Op 22 april 2009 werd hij op staande voet ontslagen. Het UWV wees zijn aanvraag voor een Ziektewetuitkering af omdat het ontslag door eigen toedoen was. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
Appellant voerde later aan dat het ontslag onterecht was en verwees naar een tussenvonnis van de kantonrechter waarin de werkgever werd toegestaan bewijs te leveren voor de dringende reden van ontslag. Hij verzocht herziening van het UWV-besluit, maar het UWV handhaafde het oorspronkelijke besluit omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het vonnis van de kantonrechter geen nieuwe feiten bevatte die herziening rechtvaardigen. In hoger beroep stelde appellant dat er wel nieuwe feiten waren en dat hij door psychische problemen niet eerder kon verzoeken om herziening. De Raad oordeelde dat het vonnis geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is in de zin van de Awb en dat medische informatie die niet in de bestuurlijke fase was aangevoerd niet in aanmerking kon worden genomen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Ziektewetuitkering omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd.