ECLI:NL:CRVB:2015:2796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie en niet mogelijk huisbezoek
Appellante vroeg bijstand aan en gaf een adres op waar zij woonachtig zou zijn. Tijdens een intakegesprek verklaarde zij dat zij een kamer deelde met haar neef en slechts enkele nachten per week op het adres verbleef. Handhavingsmedewerkers wilden een huisbezoek afleggen om de woonsituatie te verifiëren, maar dit kon niet doorgaan omdat appellante geen sleutel had en niet thuis was.
Het college wees de bijstandsaanvraag af wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat het huisbezoek niet kon plaatsvinden en daardoor onduidelijkheid bleef bestaan over de woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het huisbezoek noodzakelijk was en het risico van het niet kunnen uitvoeren daarvan voor rekening van appellante kwam.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde dat het belang van het college om direct een huisbezoek te doen groot is om manipulatie van de woonsituatie te voorkomen. Het feit dat appellante geen sleutel had en het huisbezoek niet mogelijk was, lag in haar risicosfeer, waardoor zij haar medewerkingsplicht schond. Een later huisbezoek dat leidde tot toekenning van bijstand was niet relevant voor de periode van beoordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens schending van de medewerkingsplicht door het niet mogelijk maken van het huisbezoek.