ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en huurde een kamer van mevrouw v. D. Op grond van onderzoek door de gemeente Tilburg ontstond het vermoeden dat appellant en v. D. een gezamenlijke huishouding voeren, wat gevolgen heeft voor de bijstandsverlening.
De Raad oordeelt dat de toestemming van v. D. voor het betreden van de woning voldoende was en dat de bevindingen tijdens bezoeken aan beide kamers rechtsgeldig zijn. Appellant had toestemming gegeven voor het bezoek aan zijn kamer, waardoor de onderzoeksresultaten in de beoordeling betrokken mogen worden.
Gezien het feit dat appellant en v. D. op hetzelfde adres woonden en er sprake was van wederzijdse zorg, waaronder gezamenlijk eten en gebruik van elkaars kamers en spullen, concludeert de Raad dat zij een gezamenlijke huishouding voerden.
De Raad wijst de beroepen van appellant af en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank Breda. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 april 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding en het niet naleven van de inlichtingenplicht.