ECLI:NL:CRVB:2015:2821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbevoegdheid insteller namens bestuursorgaan
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven had een maatregel opgelegd waarbij de bijstand van betrokkene met 40% werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. Het college stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hoger beroep werd namens het college ingesteld door een medewerkster zonder mandaat, wat door betrokkene werd aangevochten. Uit de mandaatregeling bleek dat alleen het sectorhoofd Veiligheid en Bestuur en het hoofd van de afdeling bezwaar, beroep en klachten bevoegd waren tot het instellen van hoger beroep, niet de medewerkster die het beroepschrift ondertekende.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet bevoegd was ingesteld omdat de medewerkster geen (onder)mandaat had en dat de portefeuillehouder geen expliciete opdracht had gegeven tot het instellen van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid van de indiener namens het bestuursorgaan.