ECLI:NL:CRVB:2015:2824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onbevoegdheid appellant
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde betrokkene meerdere maatregelen op wegens het niet nakomen van verplichtingen, waaronder een maatregel van 80% voor december 2013. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze maatregel gegrond en bepaalde dat een maatregel van 40% moest worden toegepast.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, vertegenwoordigd door een medewerker zonder mandaat van de wethouder. Betrokkene voerde aan dat alleen de wethouder bevoegd is tot het instellen van hoger beroep en dat deze bevoegdheid niet was ondergemandateerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet bevoegdelijk was ingesteld omdat de gemachtigde geen mandaat had. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid van de gemachtigde.