ECLI:NL:CRVB:2015:2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijzondere bijstand voor verhuiskosten
Appellant kreeg bijzondere bijstand toegekend voor verhuiskosten en woninginrichting, onder de voorwaarde dat het bedrag specifiek aan genoemde kosten besteed zou worden. Het college herzag dit besluit en zette de bijzondere bijstand om in een geldlening, gevolgd door terugvordering van het niet-bestede deel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college niet bevoegd was de bijzondere bijstand om te zetten in leenbijstand omdat de kosten geen duurzame gebruiksgoederen betreffen. Deze herziening wordt vernietigd.
De terugvordering van het niet-bestede bedrag wordt echter bevestigd, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat de bijstand volledig aan de bedoelde kosten is besteed. Ook het beroep op onduidelijkheid over de inrichtingskosten en financiële nood slaagt niet. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Herziening bijzondere bijstand vernietigd, terugvordering van niet-bestede bedragen bevestigd.