ECLI:NL:CRVB:2015:2856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde moneytransfers
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB voor de periode juni 2004 tot november 2005. Uit een politieonderzoek bleek dat appellant vijf grote geldtransfers naar Mexico en Peru had verricht, zonder dit te melden aan het college. Appellant ontkende de transacties en stelde slachtoffer te zijn van identiteitsfraude.
Het college trok de bijstand over de betreffende maanden in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellant geen bewijs leverde voor identiteitsfraude en het verrichten van de transacties op geld waardeerbare arbeid vormt.
Daarnaast stelde de Raad vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door de transacties niet te melden. Ook als appellant wel aan deze verplichting had voldaan, was niet aannemelijk dat hij recht had op bijstand. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.