ECLI:NL:CRVB:2015:2865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens inschrijving als examendeelnemer zonder recht op studiefinanciering
Appellante stond in de periode augustus en september 2013 ingeschreven als examendeelnemer (extraneus) en niet voor een voltijdse opleiding, waardoor zij volgens de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) geen recht had op studiefinanciering. De minister heeft op basis hiervan de studiefinanciering over die maanden herzien en de te veel ontvangen bedragen teruggevorderd, inclusief een ov-schuld.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij vanaf 1 augustus 2013 niet meer stond ingeschreven voor een voltijdse opleiding en de minister niet op de hoogte kon zijn van de wijziging van haar inschrijving, die appellante niet had doorgegeven. Appellante voerde aan dat zij recht had op studiefinanciering omdat zij op 29 augustus 2013 een herkansing succesvol had afgelegd en op 5 september 2013 haar diploma behaalde, en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van haar extraneus-inschrijving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellante in hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten bevatten en sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De Raad benadrukt dat de minister bevoegd is tot herziening op grond van artikel 7.1 Wsf 2000 bij onjuiste gegevens en dat het niet weten van appellante over het verlies van recht op studiefinanciering geen invloed heeft op deze bevoegdheid. Ook is er geen wettelijke plicht voor de minister om appellante persoonlijk te informeren over de gevolgen van extraneus-inschrijving. Het enkele afleggen van een examen geeft geen recht op studiefinanciering voor de maand augustus. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering bevestigd.