ECLI:NL:CRVB:2015:2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vanaf september 2008, veroorzaakt door diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV onderschreef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met nieuwe medische stukken, waaronder een second opinion uit 2014 die een hersenafwijking en zenuwaandoening vaststelde. Ook stelde appellant dat twee voorgehouden functies te veel overeenkomen om apart te worden beoordeeld en dat klachten tijdens de bezwaarprocedure niet adequaat waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische situatie op de datum van de beslissing niet overeenkwam met de latere vastgestelde hersenafwijking. De arbeidsdeskundige had de voorgehouden functies adequaat gemotiveerd en de vergelijking van functies was onvoldoende onderbouwd. Klachten tijdens de bezwaarprocedure leidden niet tot onzorgvuldige besluitvorming. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.