ECLI:NL:CRVB:2015:2919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AOW-toeslag ondanks procedurele vertraging
Appellant, wonende in Marokko en ontvanger van AOW met toeslag voor zijn partner, meldde een inkomenswijziging van zijn partner in september 2011. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de toeslag met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag van € 836,11 terug. Na bezwaar en een beslissing waarbij de terugvordering werd beperkt tot € 327,99, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Svb te laat reageerde, geen rekening hield met pensioenpremie en vakantietoeslag, en dat de terugvordering financieel zwaar woog. Ook stelde hij dat de rechtbank onterecht niet op zijn verzoek tot herziening over 2005-2011 had gereageerd en vroeg hij om dwangsommen wegens de lange procedure.
De Raad oordeelde dat de herziening terecht was, gezien het beleid van de Svb en het feit dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de toeslag moest worden aangepast. De Svb had het begunstigend beleid consistent toegepast en de terugvordering was verplicht op grond van de AOW. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het verzoek om dwangsommen werd afgewezen omdat de Raad geen bestuursorgaan is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de AOW-toeslag bevestigd.