ECLI:NL:CRVB:2015:2932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding buitenlandbijdrage op AOW-pensioen voor zorg in Oostenrijk
Appellant, woonachtig in Oostenrijk, ontvangt een gekort AOW-pensioen waarop een buitenlandbijdrage wordt ingehouden voor zorgkosten in het woonland op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening (EG) nr. 883/2004. Hij betwistte deze inhouding en de voorlopige jaarafrekening 2012, stellende dat hij de bijdrage niet kan betalen en dat dit in strijd is met de Grondwet.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij werd geoordeeld dat de regelgeving dwingend is en het Zorginstituut geen matigingsmogelijkheden heeft. De Raad onderschrijft deze overwegingen en bevestigt dat de beslagvrije voet niet van toepassing is op schuldenaren die niet in Nederland wonen.
De Raad concludeert dat de inhouding van de buitenlandbijdrage en de vastgestelde voorlopige jaarafrekening rechtsgeldig zijn en dat het beroep van appellant niet slaagt. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de inhouding van de buitenlandbijdrage op het AOW-pensioen bevestigd.