ECLI:NL:CRVB:2015:2934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding reistijd binnen persoonsgebonden budget AWBZ
Appellant heeft een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor individuele begeleiding op grond van de AWBZ. Hij sloot een zorgovereenkomst met een zorgaanbieder waarbij naast het uurtarief ook een vergoeding voor reistijd en reiskosten werd afgesproken. Over de eerste helft van 2012 werden gedeclareerde reistijdkosten deels afgewezen door het zorgkantoor.
De rechtbank oordeelde dat de gedeclareerde reistijd niet voor betaling uit het pgb in aanmerking komt, omdat volgens het Besluit zorgaanspraken AWBZ, de Regeling subsidies AWBZ en de beleidsregel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) reistijd niet wordt beschouwd als directe zorgverlening.
Appellant voerde aan dat de reistijdtoeslag alleen werd doorberekend aan cliënten die verder dan vijftien kilometer van de vestiging wonen, en dat het basistarief geen reistijd bevatte. De Raad stelde echter vast dat het pgb uitsluitend gebruikt mag worden voor zorg zoals omschreven in het Besluit zorgaanspraken AWBZ en dat de NZa op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg tarieven en prestatiebeschrijvingen vaststelt, waarbij reistijd expliciet is uitgesloten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De gedeclareerde reistijd komt niet voor betaling uit het persoonsgebonden budget in aanmerking.