ECLI:NL:CRVB:2015:2935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering financiële tegemoetkoming voor fiets met hulpmotor
Appellant ontving een financiële tegemoetkoming van €2.100,- voor de aanschaf van een fiets met hulpmotor, onder de voorwaarde dat hij binnen zes maanden bewijs van aankoop zou overleggen. Het college trok het besluit in en vorderde het bedrag terug omdat appellant niet kon aantonen dat de fiets daadwerkelijk was aangeschaft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de bon geen firmanaam vermeldde, bankafschriften geen aankoop lieten zien en de fiets niet werd aangetroffen bij een buitendienstonderzoek.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de fiets contant had betaald en dat de firmanaam op de bon stond, en dat terugvordering hem zwaar zou treffen vanwege zijn financiële situatie en gezondheidsproblemen. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd en dat de rechtbank de bezwaren voldoende had gemotiveerd. Ook achtte de Raad geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van de financiële tegemoetkoming wordt bevestigd.