ECLI:NL:CRVB:2015:2961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant, laatst werkzaam als glaszetter/magazijnchef, viel uit wegens knieklachten en ontving aanvankelijk geen WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na ziekmelding in april 2013 en medisch onderzoek stelde het UWV vast dat appellant geschikt bleef voor passende functies en weigerde de Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het UWV verklaarde dit ongegrond op basis van een medisch rapport. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd, waarbij de beperkingen van appellant niet werden onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat ook kraakbeenvermindering speelde en een ingreep noodzakelijk was. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd en dat de orthopedisch chirurg geen dringende ingreep had geadviseerd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering Ziektewetuitkering bevestigd.