ECLI:NL:CRVB:2015:2964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering na volledige medische en arbeidskundige toets
Appellante was werkzaam als thuiszorgmedewerker en meldde zich in 2007 ziek met diverse klachten waaronder de ziekte van Hashimoto. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%. In 2013 meldde appellante een verslechtering van haar gezondheid, maar de verzekeringsarts stelde vast dat haar medische situatie niet wezenlijk was gewijzigd. Het UWV handhaafde de uitkering op basis van deze beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte geen arbeidskundig onderzoek had verricht en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen. Na het arbeidskundig onderzoek besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het eerste besluit gegrond, maar tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank buiten het geschil was getreden en dat sprake was van een verboden verslechtering van haar rechtspositie (reformatio in peius). De Raad oordeelde dat een volledige medische en arbeidskundige toets noodzakelijk is bij een melding van verslechterde gezondheid en dat de verslechtering van rechtspositie pas per toekomende datum kan worden geëffectueerd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische situatie en vond geen aanleiding tot benoeming van een deskundige. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WGA-uitkering van appellante heeft beëindigd per 16 juli 2014.