ECLI:NL:CRVB:2015:2968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor reiskosten kinderen bij omgangsregeling
Appellante verzocht om bijzondere bijstand voor de reis- en verblijfkosten van haar kinderen die voortvloeien uit de omgangsregeling met hun vader, die in België woont. De kinderen verblijven bij de vader en bezoeken appellante in het weekend en tijdens vakanties. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet als bijzondere noodzakelijke kosten van appellante konden worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Raad overwoog dat volgens artikel 35 WWB Pro bijzondere bijstand kan worden verleend voor uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten, maar dat de reiskosten van de kinderen in het kader van een bezoekregeling voor rekening van de verzorgende ouder komen, hier de vader. Deze kosten zijn dus niet aan te merken als bijzondere kosten van appellante.
Daarnaast heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn, zoals een psychische noodsituatie of bedreigingen, die een uitzondering rechtvaardigen. Ook de mogelijkheid van het college om bijstand te verhalen op de onderhoudsplichtige ouder vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor reiskosten van de kinderen wordt afgewezen omdat deze kosten voor rekening van de verzorgende ouder komen.