ECLI:NL:CRVB:2014:476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten bezoekregeling kinderen
Appellante, ontvanger van een Wajong-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor reiskosten die zij maakte in verband met een omgangsregeling voor haar minderjarige dochter die bij haar ex-partner woont. Het dagelijks bestuur van de ISD Noordoost wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar ex-partner onvoldoende draagkracht heeft om bij te dragen aan de reiskosten en dat de vergoeding ook nodig is voor het volgen van adviezen van een speltherapeut voor hun dochter. Subsidiair stelde zij dat op grond van artikel 16 WWB Pro dringende redenen bestaan voor bijzondere bijstand.
De Raad oordeelde dat de reiskosten zich wel voordoen en noodzakelijk zijn, maar niet voortkomen uit bijzondere omstandigheden. De kosten van de kinderen in het kader van de bezoekregeling behoren tot de normale familie-uitgaven en komen voor rekening van de verzorgende ouder, hier de ex-partner. Het ontbreken van een bijdrage van de ex-partner rechtvaardigt geen bijzondere bijstand. Ook de speltherapie vormt geen bijzondere omstandigheid. Artikel 16 WWB Pro is niet van toepassing omdat appellante binnen de bijstandgerechtigde groep valt.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met de omgangsregeling wordt afgewezen.