ECLI:NL:CRVB:2014:1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten omgangsregeling en speltherapie
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de reiskosten in verband met een omgangsregeling en voor de speltherapie van hun dochter. Het college wees deze aanvragen af omdat de reiskosten binnen de normale kosten van het bestaan vallen en de speltherapie onder een voorliggende voorziening valt, namelijk de Zorgverzekeringswet (Zvw), die alternatieve geneeswijzen zoals speltherapie niet vergoedt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep stelden dat de reiskosten voortvloeien uit bijzondere persoonlijke omstandigheden en dat de weigering inbreuk maakt op het recht op familieleven. Tevens betoogden zij dat de speltherapie noodzakelijk is en niet door een voorliggende voorziening wordt gedekt.
De Raad overwoog dat reiskosten van de omgangsregeling volgens vaste jurisprudentie tot de normale kosten binnen het familieverkeer behoren en dat ook de reiskosten van de kinderen ten laste van de verzorgende ouder behoren te komen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat het recht op familieleven niet verplicht tot financiële ondersteuning voor deze kosten.
Ten aanzien van de speltherapie stelde de Raad vast dat deze niet onder de Zvw valt en dat er geen dringende redenen zijn die afwijking van de regeling rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor reiskosten omgangsregeling en speltherapie wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.