ECLI:NL:CRVB:2015:3007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging arbeidsovereenkomst en geen Ziektewetverzekering na ontslag
Appellante had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die op 1 februari 2011 eindigde door haar ontslag en het eervolle ontslag van werkgeefster. Na deze datum verrichtte appellante nog werkzaamheden, maar er was geen nieuwe arbeidsovereenkomst en er werd geen loon betaald.
Appellante vroeg een Ziektewetuitkering aan naar aanleiding van een skiongeval op 4 maart 2011, maar het UWV wees dit af omdat zij niet langer verzekerd was na 1 februari 2011 en de ziekmelding meer dan vier weken na het einde van de verzekering plaatsvond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat er geen nieuwe dienstbetrekking was ontstaan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar dienstbetrekking doorliep vanwege de werkzaamheden na 1 februari 2011, ondanks het ontbreken van loonbetaling. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat voor een dienstbetrekking loon, gezag en arbeidsplicht vereist zijn en dat de verrichte werkzaamheden zonder loonbetaling niet leidden tot voortzetting of nieuwe arbeidsovereenkomst.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee appellante niet in aanmerking komt voor een Ziektewetuitkering na 1 februari 2011. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante na 1 februari 2011 niet verzekerd was voor de Ziektewet en geen uitkering ontvangt.