ECLI:NL:CRVB:2015:3027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste wooninformatie
Appellante ontving sinds 2005 bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na meldingen dat zij en haar kinderen niet op dat adres verbleven, voerde de sociale recherche een onderzoek uit, inclusief waarnemingen en een huisbezoek bij het adres van haar ex-partner. Het dagelijks bestuur trok de bijstand per 6 november 2012 in wegens het verstrekken van onjuiste informatie over haar hoofdverblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er onvoldoende bewijs was voor haar vermeende onjuiste wooninformatie en dat haar kinderen regelmatig bij hun vader verbleven, wat zij had gemeld. Tevens vroeg zij aandacht voor het belang van de bijstand voor haar kinderen.
De Raad oordeelde dat de waarnemingen en verklaringen van de ex-partner aantonen dat appellante en haar kinderen vooral op het adres van de ex-partner verbleven en niet op het uitkeringsadres. Ook het internetabonnement dat naar het adres van de ex-partner was overgezet, ondersteunt dit. Hierdoor heeft appellante de inlichtingenverplichting geschonden en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad vond geen dringende reden om van intrekking af te zien en bevestigde het bestreden besluit. De toekenning van bijstand vanaf mei 2013 betrof een andere periode en was niet relevant voor de beoordeling van de intrekking. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onjuiste wooninformatie wordt bevestigd.