ECLI:NL:CRVB:2015:3069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid en terugvordering te veel betaalde bezoldiging bij Belastingdienst
Betrokkene was werkzaam bij de Belastingdienst en viel vanaf oktober 2001 wegens ziekte uit. Na een eerdere herroeping van ontslag in 2008 werd haar volledige bezoldiging nabetalend, waarbij zij zorg moest dragen voor verrekening met ontvangen WAO-uitkeringen. Dit is niet gebeurd, waardoor zij teveel bezoldiging ontving.
De staatssecretaris vorderde deze teveel betaalde bezoldiging terug en sprak ontslag uit wegens ongeschiktheid, omdat betrokkene niet had gemeld dat zij naast haar bezoldiging een WAO-uitkering ontving. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was tot terugvordering en ontslag wegens ongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat de terugvordering van de suppletie-uitkering en de bruto terugvordering over januari 2012 onterecht waren. Betrokkene had niet gehandeld zoals een goed ambtenaar betaamt en ontbrak het aan de vereiste eigenschappen voor haar functie. Een schadevergoeding werd niet toegekend omdat de rechtszekerheid niet aan terugvordering in de weg stond en de schade niet aannemelijk was gemaakt.
De Raad vernietigde het deel van het besluit over de terugvordering van de suppletie-uitkering en bruto terugvordering januari 2012, maar verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond. De staatssecretaris werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De terugvordering van teveel betaalde bezoldiging wordt deels vernietigd, het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en geen schadevergoeding toegekend.